Ondermijning speelt zich niet langer af in een verborgen ‘onderwereld’. Georganiseerde criminaliteit is steeds dieper verweven geraakt met de samenleving en tast sluipenderwijs de fundamenten van de rechtsstaat aan. Dat is de harde boodschap van het eerste Dreigingsbeeld Ondermijning Nederland (DON), dat eind mei werd gepubliceerd door het ministerie van Justitie en Veiligheid.
Het rapport spreekt zelfs van ‘betonrot in de fundamenten van de samenleving’. Ondermijning is vaak niet direct zichtbaar, maar nestelt zich ongemerkt in processen en legale structuren. Via financiële constructies, beïnvloeding, corruptie, intimidatie, digitale platformen en afhankelijkheidsrelaties krijgen criminelen steeds meer grip op organisaties en de samenleving.
Het dreigingsbeeld onderscheidt vijf concrete dreigingen. Zo waarschuwt het rapport voor een ‘olievlekwerking’, waarbij steeds meer burgers, jongeren, medewerkers en organisaties betrokken raken bij criminele activiteiten. Vooral mensen en organisaties met waardevolle posities zijn aantrekkelijk voor criminele netwerken. Denk aan jongeren die op school worden geronseld voor criminele klusjes, maar ook aan gemeenteambtenaren of ondernemers.
Volgens het DON dringen criminele netwerken steeds dieper door in de samenleving. Ze bieden bijvoorbeeld huisvesting, leningen of bescherming waar maatschappelijke voorzieningen tekortschieten. Ze beïnvloeden besluitvorming via intimidatie, corruptie of manipulatie en maken gebruik van complexe witwasconstructies en internationale geldstromen om illegale opbrengsten weg te sluizen. Daarnaast waarschuwt het dreigingsbeeld voor toenemende verwevenheid tussen criminelen, statelijke actoren en ideologische netwerken.
Hoewel het dreigingsbeeld laat zien dat de huidige integrale aanpak van ondermijning op de juiste punten ingrijpt, benadrukt het ministerie dat het belangrijk is deze aanpak voort te zetten en te intensiveren. ‘Als deze aanpak niet met kracht wordt doorgezet, kunnen deze dreigingen op termijn werkelijkheid worden en leiden tot maatschappelijke ontwrichting’, stelt het ministerie.
Voor bedrijven en organisaties bevat het dreigingsbeeld daarom een duidelijke waarschuwing. Criminele netwerken richten zich nadrukkelijk op mensen en processen binnen legale organisaties. Vooral medewerkers met toegang tot systemen, goederenstromen, locaties of gevoelige informatie vormen een interessant doelwit voor criminelen. Dat geldt bijvoorbeeld voor logistieke omgevingen, havens, distributiecentra, publieke organisaties en andere sectoren met strategische infrastructuren.
Opvallend is dat het rapport veel aandacht besteedt aan zogenoemde systeemkwetsbaarheden. Zo noemt het dreigingsbeeld onder andere gebrekkige gegevensdeling, kwetsbaarheden in screeningprocessen, financiële problemen, een gesloten cultuur binnen organisaties en beperkte meldingsbereidheid als factoren die ondermijning in de hand kunnen werken.
Ook technologische ontwikkelingen vergroten volgens het rapport de complexiteit. Criminelen maken actief gebruik van digitale platformen, cryptovaluta, AI en nieuwe communicatiemiddelen om mensen te benaderen, geldstromen te verplaatsen of activiteiten af te schermen. AI, deepfakes en drones bieden bovendien nieuwe mogelijkheden voor beïnvloeding, desinformatie en criminele samenwerking.
Tegelijkertijd ziet de overheid dat criminelen zich snel aanpassen aan maatregelen. Extra controles in havens of strengere wetgeving leiden vaak tot verschuivingen in werkwijzen of locaties. Die wendbaarheid maakt ondermijning volgens het rapport tot een zogenoemd ‘wicked problem’: een complex probleem zonder eenvoudige oplossing.
Ondermijning vraagt daarom om een bredere en meer integrale kijk op veiligheid. Zeker in sectoren met strategische infrastructuren, logistieke processen of gevoelige informatie is een aanpak nodig waarin security, safety, compliance en awareness samenkomen.
Voor organisaties ligt de uitdaging niet alleen in het herkennen van risico’s, maar vooral in het vergroten van weerbaarheid. Dat begint bij bewustwording: begrijpen hoe criminelen legale structuren gebruiken, welke kwetsbaarheden bestaan binnen processen en hoe signalen vroegtijdig kunnen worden herkend.