Alleen opleiden van BHV’ers niet voldoende

Artikel
4 minuten leestijd

Flexwerken, hoogbouw, oudere werknemers en een terugtrekkende overheid. Doordat omstandigheden de laatste decennia zoveel zijn veranderd en bedrijven zich daar niet aan hebben aangepast zijn zij nauwelijks voorbereid op calamiteiten. ‘Bedrijfsnoodorganisaties moeten daarom anders worden ingericht’, stelt safety specialist Thijs van Rooden.

Veranderende omstandigheden brengen nieuwe risico’s met zich mee. Een duidelijk voorbeeld daarvan is het populaire flexwerken. Dit geeft werknemers de mogelijkheid een eigen werkplek te kiezen, vaker thuis of op locatie te werken en zelfs ’s avonds en in het weekeinde tijd op kantoor door te brengen.

‘Zelf mogen bepalen waar je gaat werken. Deze visie in combinatie met een ontwikkeling als hoogbouw kan gevaarlijke situaties opleveren en vraagt om een nieuwe inrichting van de bedrijfsnoodorganisatie’, zegt Van Rooden. ‘Waar je voorheen op iedere verdieping één bedrijfshulpverlener (BHV’er) aanwees die verantwoordelijk was voor de ontruiming bij calamiteiten en het beheersen van risico’s en incidenten, moet je er tegenwoordig rekening mee houden dat ook BHV’ers flexwerken. Zo kan het gebeuren dat alle BHV’ers op de 20e verdieping zitten en er vervolgens op de eerste verdieping een incident plaatsvindt. Dit soort omstandigheden vormen de nieuwe risico’s waaraan bedrijfsnoodorganisaties nog niet zijn aangepast.’

Oudere werknemers

Een belangrijke demografische ontwikkeling is de toename van oudere werknemers. ‘Werkgevers moeten meer oog krijgen voor de risico’s hiervan’, meent Van Rooden. ‘Ouderen zijn bijvoorbeeld minder snel. Als er brand uitbreekt, gaat een 65-jarige minder gemakkelijk twintig verdiepingen af dan een 20-jarige. De kans bestaat dat vluchtwegen geblokkeerd raken.’

Daarnaast stijgt het risico op hartfalen als mensen ouder worden. ‘Ook dat is een risico waarop veel  bedrijfsnoodorganisaties nauwelijks zijn voorbereid.’

Kritische blik

De wetgeving stelt dat een veilige werkomgeving moet worden gecreëerd. Volgens Van Rooden is de inrichting van de bedrijfsnoodorganisatie (BNO) nog hetzelfde georganiseerd als twintig jaar geleden. We beheersen de restrisico’s door het inzetten van medewerkers die opgeleid zijn tot BHV-er. Van Rooden: ‘Het opleiden van medewerkers tot BHV’ers is niet voldoende. De vaardigheden die worden geleerd tijdens de opleiding vormen een goede basis, maar sluiten niet aan bij de veranderende omstandigheden. De ontwikkeling die Securitas daarom inzet, is het aanpakken van de gehele bedrijfsnoodorganisatie.’

‘De BHV-opleiding is de basis, daarnaast vinden we het belangrijk om mensen functie- en taakgericht op te leiden door middel van modulaire trainingen gericht op specifieke bedrijfsrisico’s.’

Gericht opleiden

‘Is er bijvoorbeeld sprake van een verhoogd risico op hartfalen in een bedrijf met veel oudere werknemers, dan zou je ervoor kunnen kiezen om naast de BHV’ers, extra collega’s op te leiden in het gebruik van een AED. Denk aan cateringmedewerkers of receptionisten’, zegt Van Rooden.

‘Een ander voorbeeld is een cursus crisiscommunicatie of een mediatraining voor de directie van een bedrijf. Als bij een calamiteit de media op de stoep staan dan zijn communicatievaardigheden nuttig. Het is van belang om goed te reageren in geval van een incident of calamiteit; dat beperkt gevolgschade.’

Naast gerichte trainingen is het belangrijk om technische ontwikkelingen in de gaten te houden. Van Rooden: ‘Er komt steeds meer hoogbouw, wat risico’s met zich meebrengt en om een andere manier van ontruimen vraagt. Evacuatieliften bijvoorbeeld, worden al wel gebruikt in Azië, maar nog niet in Nederland. Speciale brandweerliften worden in Nederland wel steeds vaker ingezet. maar het is in ons land nog steeds een no go om liften te gebruiken om mensen te evacueren, terwijl dit zeker interessante mogelijkheden biedt. Er is een omslag in het denken nodig.’

Terugtrekkende overheid

Behalve hoogbouw, flexwerken, oudere werknemers en de 24-uurs economie is de terugtrekkende overheid een belangrijke ontwikkeling, zegt Van Rooden. ‘Waar we het vroeger normaal vonden dat hulpdiensten binnen een kwartier ter plekke waren, zien we nu dat de aanrijtijden langer worden. De brandweer rukt niet meer na elke melding gelijk uit, maar verifieert steeds vaker een alarm.’

Bedrijven zouden niet te vrij moeten worden gelaten als het gaat om het inrichten van een veilige werkomgeving, zegt Van Rooden. Hij vindt het een goede ontwikkeling dat bedrijven hun specifieke risico’s beter in kaart moeten brengen, processen in de gaten moeten houden en meer de nadruk moeten leggen op bewustwording. Hij is daarom blij met de herziene norm voor de bedrijfsnoodorganisatie (NEN 8112) waarin deze richtlijnen zijn opgenomen. ‘Werkgevers krijgen meer verantwoordelijkheid’, zegt Van Rooden. ‘Er is een duidelijke verschuiving van verantwoordelijkheid van de overheid naar het bedrijfsleven zelf. Dat is een goede ontwikkeling.’

Bewust worden

‘Veranderende omstandigheden betekenen ook dat er een nieuw bewustzijn moet ontstaan’, vindt Van Rooden. ‘Dat kan door goed te kijken naar specifieke bedrijfsrisico’s en die breed, dus niet alleen bij de BHV’ers maar bij alle medewerkers, onder de aandacht te brengen. Dat start met bewustwording. Veel mensen weten niet wat de vluchtroutes zijn, waar de brandblussers hangen en hoe ze werken. Zo weet men bijvoorbeeld vaak niet dat er eerst een pin moet worden verwijderd voordat er iets gebeurt. Alleen al een keer eens rustig zo’n brandblusser bestuderen vergemakkelijkt het gebruik als het nodig is.’

Volgens Van Rooden is het moeilijk om mensen bewust te maken van risico’s die ze niet kennen. Pas als je ze confronteert met het feit dat er jaarlijks 260.000 mensen gewond raken bij bedrijfsongevallen en daarbij twee doden per week vallen, schrikken mensen.’

Toch zijn er ook voorbeelden waar wel aan bewustwording wordt gedaan. ‘Er zijn bedrijven waar je het pand niet binnenkomt voordat je een filmpje hebt gezien en waar instructies worden verstrekt. Ik denk dat meer ondernemingen dat zouden moeten doen. Stel dat je op een zaterdagavond op kantoor zit, dan moet je weten wat je moet doen in geval van nood. Het is dan namelijk nog maar de vraag of er een BHV’er is die je komt vertellen dat je de 20e verdieping moet verlaten.’